Illusie voor één nacht
Alleen lopen
in het duister
van een slapeloze nacht.
Ik loop alleen
met mijn gedachten
die uitgaan naar thuis.
Daar slaapt in het duister
van de nacht mijn maatje,
ook alleen,
en droomt
dat hij weer beter wordt.
Een droom
die al lang vervlogen is.
In de verte
hoor ik zacht gefluister.
Sta stil en luister
zie niets, niemand
voel wél een hand
door iemand uitgestoken,
die mij leidt naar huis.
Want daar,
daar bij mijn slapend maatje
hoor ik thuis.
En droomden samen verder
dat zijn droom was uitgekomen.
Illusie voor één nacht.
Anneke Bakker